Er is denk ik nog nooit een liedje zo snel, zo treffend geschreven en uitgebracht over ‘vroeger’ als het liedje in dit bericht. Covid19 was enkele maanden oud en alles was ineens anders.
Het ‘vroeger’ waar dit liedje over gaat, was op dat moment nog in de maak, want het zou nog lang duren. Sommige dingen, die voorheen normaal waren, bleken ná die hele gekke periode ineens voor altijd weg. Zoals ‘De Drie Zoenen’. Een Nederlands gebruik wat, zeker bij niet Niet-Nederlandse mensen tot geinige situaties kon leiden. Het was immers ‘iets Nederlands’ en nergens ter wereld gaf men óók drie zoenen.
Weg. Vreemd eigenlijk, in het geheel niet gemist. Het is eigenlijk wel prima zo. Ik ben vast niet de enige, want denk je eens in: hoeveel zoenen gaf en kreeg een -bijvoorbeeld- Brabantse vrouw jaarlijks? In ieder geval twee keer zoveel als een Brabantse man. Gewoon aan ie-der-een, toch? Wie het weet mag het mailen.
Nee, niet alle Nederlandse tradities… Enfin.
Ik heb de overgang eigenlijk niet eens echt gemerkt. Er wordt nu wel meer gehugd. Een redelijk te pruimen Amerikaans gebruik. De goed uitgevoerde hug is warm, maar gepast. Hij huisvest dan ook minder risico’s op infectieziekten. Men lipt immers geen saliva op elkanders wangen. Daarnaast wordt de wederzijdse mondhoek, al dan niet met kruimels of opgedroogd speeksel, behendig ontzien.
Maar dan nu, het te weinig geroemde, visionaire avant la lettre- corona-zomerhitje van Yentl en de Boer wat geen hitje werd: Aanraking (3 mei 2020)
Een nummer dat twee maanden na dato al een nostalgische waarde had. Knap, want niemand kon het weten. Het verschil met voor die tijd is best klein en ik weet nog steeds niet precies wat het allemaal is. Maar het is er wel, weet je nog?