Tag: muziek

  • Het loslaten vasthouden

    Wat hebben we het mooi gehad eergister. Ik weet niet wat het is, maar hoe vaker ik je zie, hoe meer ik gevuld ben met liefde als je weer weg bent. Alsof mijn hart zo volgestroomd is dat de boel overloopt en mijn hele romp vult. Sorry, ik wil me helemaal niet in clichés uitdrukken. Ik kan gewoon niet anders omschrijven hoe ik me fysiek voel sinds je in mijn leven bent. Het voelt ‘vol’.

    Gek eigenlijk. Ik ben toch echt meneer ‘Goed-gevonden-metafoor’ zelve, maar dit gevoel kan ik niet anders uitdrukken. Misschien wel omdat het zo groot is. Dus dan zit ik maar als gelukzalige halve gare voor me uit te staren met mijn mondhoeken lichtjes omhoog en af en toe een lach uit het niets. Omdat je zo grappig kan zijn. Nu al.

    Het is ook zo raar dat jij dit je nooit zal herinneren. Maar je bezoek en de uurtjes die we samen doorbrachten zondag hebben me al dagen volledig in de greep.

    Ik kende dit nog niet. Je geeft zoveel, gewoon door er te zijn. Druk met een propje van een chocoladereep en dan weer observeren. Mensen bekijken tot ze kijken. En als ze kijken geef je een smile terug die iedereen doet smelten.

    Ik verdenk je er zelfs van dat je grootse ideeën hebt en meer weet dan ik denk dat je zou kunnen weten. Zo recht lijk je in mijn ziel te kijken.

    En wat een lol als je op mijn schoot zit en het propje weggooit. Ik pak je anders vast -en je weet wal wat er gaat komen- om je ‘op te laten stijgen’ als een raket en head first ‘vlieg’ je schaterlachend naar het propje. Ik houd je onderstboven vast en jij pakt het op en een lol! En als we weer zitten? Nog een keer.

    Je loopt al bijna. De natuur heeft een plan met je en jij voelt dat ook. Als je m’n wijsvingers vasthoudt lopen we samen door het gras. Ik heb je zelfs al een paar keer losgelaten. Dat gaat goed, maar dan besef je ineens dat je er nog niet bent. Je kont wiebelt van voor naar achter en boem. Weer zitten. En lachen. Wat een feest. Je bent er bijna, over twee weken zie ik je weer en het zou zomaar kunnen dat je dan weer een stapje verder bent.

    En dan?

    De dagen erna ben ik opnieuw aan het uitvissen hoe ik onze relatie vorm kan geven en wat ik vanaf mijn afstand voor jou kan doen. En voor je zusje. Ze is nog onderweg, maar over een kleine twee maanden zal ook zij er zijn!

    Soms komt de richting ineens als vanzelf. Zo ook nu!

    Ik heb zo, eens in de zoveel tijd, dat ik mijn lievelingsliedjes ga luisteren. Het is nooit een plan om dat te gaan doen, maar een soort gek oergevoel dat ik daar heen moet. Eventjes wandelen door de bizarre collectie van muziek waar geen lijn in lijkt te zitten. Anders dan de momenten in mijn leven waar de muziek, op welke manier dan ook, betekenis had.

    Er zijn een aantal albums die heel erg veel voor me betekenen. Albums die ik van voor tot achter ken, ieder basloopje, elke drumbreak, iedere (tweede) stem, gitaarlick of vioolstrijk. En ja, die ga ik allemaal met jullie delen. En ik ga lekker ook zeggen waarom ze belangrijk voor me zijn. Ik zie het toch niet als je verveeld met je ogen rolt, hahaha. Nu praat papa San! Luister maar, als je er zin in hebt. Lekker hè, zo is onze band. Niets moet echt, alles mag want we zijn elkaars extrabonus!

    Van één van deze albums is er een live registratie uit 1992 van een liedje wat ik ooit had opgeslagen. En dit liedje, wat ik al ken sinds ik zestien ben (nu dus 33 jaar!) vond ik altijd al prachtig, maar kende eigenlijk de tekst niet echt. Of beter: de strekking van de tekst: ik wist nooit waar het over ging.

    Nu wel, na 33 jaar. En wat blijkt? De zanger, Eddie Vedder, heeft het geschreven aan zijn biologische vader. Zijn biologische vader die hij nooit gekend heeft.

    Hoe het leven loopt, lieve Luuk en Loïs, kunnen we niet weten. Maar ik weet nu wel wat ik kan doen. Aan jullie schrijven! Over mij, over ons, zodat je met zo min mogelijk vragen blijft zitten als je ze mocht krijgen.

    Laten we vandaag dus beginnen met één van de mooiste liedjes, van één van de beste zangers die ik ken, van één van de allermooiste albums in mijn leven: ‘Ten’ van de band Pearl Jam.

    En dan is dit óók nog eens van de allermooiste uitvoeringen die ik kon vinden. Ze speelden in Utrecht (Tivoli) in maart 1992. Helaas was ik nog net te jong en blut om naar concerten te gaan. Maar 33 jaar later hoor ik dit in een rol waarvan ik, toen ik 16 was óók niet kon weten dat het leven zo zou uitpakken.

    Want nu ben ik biologische vader! En Eddie (toen 27) leerde me vandaag dat ik de verantwoordelijkheid heb om zoveel mogelijk met jullie te praten.

    Pearl Jam in Tivoli, Utrecht (4 maart 1992)

    Dit was ook een van de eerste concerten van Pearl Jam voordat ze echt doorbraken. Achteraf legendarisch, zo blijkt (lees maar op VPRO 3voor12). Klik maar op de knop onder plaatje. Het is het eerste nummer dat ze speelden waar ik het nu over heb. Maar luister maar gelijk het hele album als je wil, ze spelen het toch! Deze plaat stond dag en nacht op toen ik 16 à 17 was en ik vind het nog steeds een van de mooiste albums die er bestaan.

  • Weet je nog?

    Er is denk ik nog nooit een liedje zo snel, zo treffend geschreven en uitgebracht over ‘vroeger’ als het liedje in dit bericht. Covid19 was enkele maanden oud en alles was ineens anders.

    Het ‘vroeger’ waar dit liedje over gaat, was op dat moment nog in de maak, want het zou nog lang duren. Sommige dingen, die voorheen normaal waren, bleken ná die hele gekke periode ineens voor altijd weg. Zoals ‘De Drie Zoenen’. Een Nederlands gebruik wat, zeker bij niet Niet-Nederlandse mensen tot geinige situaties kon leiden. Het was immers ‘iets Nederlands’ en nergens ter wereld gaf men óók drie zoenen.

    Weg. Vreemd eigenlijk, in het geheel niet gemist. Het is eigenlijk wel prima zo. Ik ben vast niet de enige, want denk je eens in: hoeveel zoenen gaf en kreeg een -bijvoorbeeld- Brabantse vrouw jaarlijks? In ieder geval twee keer zoveel als een Brabantse man. Gewoon aan ie-der-een, toch? Wie het weet mag het mailen.

    Nee, niet alle Nederlandse tradities… Enfin.

    Ik heb de overgang eigenlijk niet eens echt gemerkt. Er wordt nu wel meer gehugd. Een redelijk te pruimen Amerikaans gebruik. De goed uitgevoerde hug is warm, maar gepast. Hij huisvest dan ook minder risico’s op infectieziekten. Men lipt immers geen saliva op elkanders wangen. Daarnaast wordt de wederzijdse mondhoek, al dan niet met kruimels of opgedroogd speeksel, behendig ontzien.

    Maar dan nu, het te weinig geroemde, visionaire avant la lettre- corona-zomerhitje van Yentl en de Boer wat geen hitje werd: Aanraking (3 mei 2020)

    Een nummer dat twee maanden na dato al een nostalgische waarde had. Knap, want niemand kon het weten. Het verschil met voor die tijd is best klein en ik weet nog steeds niet precies wat het allemaal is. Maar het is er wel, weet je nog?